Mijn eerste maanden op kamers waren niet gaaf. Ik had gekozen voor een kamer in Leutingewolde, een gehucht net buiten Roden. Een gigantische miskleun. Het fietsen naar Groningen was verder dan gedacht, bovendien had de wind daar een vrijer spel dan in boomrijk Twente. Verder bleken mijn huisgenoten geen studenten, maar werklozen, mannen die in scheiding lagen, vrachtwagenchauffeurs en jongeren die er geplaatst waren voor jeugdzorg. Na 7 maand was ik er weg, en waren enkele huisgenoten voor meerdere jaren in het gevang gezet.
In die tijd bestond een week uit vijf dagen studeren en wachten op het weekend. Vrijdagavond squashen en een biertje bij het café. Zaterdag leider zijn van onze jongste generatie voetballers, 's middags zelf voetballen. 's Avonds nog uit, 's zondags werken, thuis eten en dan weer naar de trein. Mijn mp3-speler stond vol met ik-wil-naar-huismuziek: Normaal ("'t is kloten hier", "Hummelo"), Golden Earring ("Back Home"), Blink-182 ("Going Away to College"), en vele anderen, ik denk dat je het idee nu wel hebt.
Vanavond heb ik voorlopig voor het laatst het traject Groningen-Hoeve afgelegd. Ik heb vakantie, eindelijk. Tien minuten lopen naar het station, daar op de trein via Haren, Assen, Beilen, Hoogeveen, Meppel naar Zwolle, van daar via Wijhe en Olst naar Deventer, van daar naar Holten, van Holten met het busje via Markelo naar Goor, van Goor met een ander busje via Hengevelde naar de Hoeve. Bij Het Café Tegenover de Kerk staat mijn fiets nog waar ik hem vorige week heb neer gezet. Nog twee kilometer fietsen naar huis. Van de fietsenschuur naar de achterdeur word ik begeleid door het oude trouwe hondje. Ze loopt steeds iets voor me uit, draait zich dan om, ruikt aan m'n tas, en spring speels opzij als ik buk om te aaien. Onderweg luister ik geen homesick-blues meer. Maar ik ben blij om thuis te zijn. Want dat is het hier. Dat blijft het.
"Won't you help me get back home
People come and then they go"
maandag 20 juli 2009
zondag 19 juli 2009
Muziek: The Records - Starry Eyes
De truc is minstens zo oud als het bestaan van tekenfilms, maar vermoedelijk ouder, bijvoorbeeld zo oud als de uitvinding van het scharnier, de deur en de emmer, al is het onwaarschijnlijk dat deze 3 dingen samen vielen in de geschiedenis.
Gistermiddag moest het weer in praktijk gebracht worden. De emmer stond er, en er was een slap excuus bedacht om een slachtoffer door de deur te lokken. Maar hij hapte niet. Het gaat hier trouwens niet om een stel basisschool leerlingen. Maar een stel twintig-plussers die een weekendje van huis zijn. Hier, in Groningen. Ze probeerden mij ook te strikken, maar ik zag de emmer al staan.
Het is nu vroeg in de morgen en iedereen slaapt nu. Alles wat kussen heeft of een andere vorm van zachtheid is bezet, behalve m'n eigen bed. Daar ga ik nu heen. Zien wat ze straks nog in petto hebben, voordat ze weg zijn.
"Get me out of your starry eyes and be on your way"
dinsdag 14 juli 2009
Muziek: Electric Six - Dance Pattern
Dansles is waar ik vandaan kom niet zozeer het leren van dansen. Dat gebeurt ook wel, maar het gaat erom dat het symbool staat voor de overgang van niet uitgaan naar wel uitgaan.
Op vrijdag avond om half 8 verzamelen, dan fietsen naar de dansschool. We waren met de groep waarmee we 2 jaar eerder de basisschool hadden verlaten. Op de dansschool aangekomen ging je dansen, of leren dansen. (Quickstep, Engelse Wals, Tango, en nog een paar, sorry, ik ben het vergeten.) Steeds de helft zat op de banken, de andere helft moest eraan geloven. Daarna werd er gewisseld.
Na anderhalf uur was het voorbij. Om de beurt ontving iemand van de groep de rest thuis. Voor bier, wijn, of één of ander mixje (Passoa, apfelkorn of andere zoetigheid gemengd met een willekeurige frisdrank). Napraten en dergelijke terwijl ouders nooit ver weg waren. Op zaterdagavond was er disco in de danschool (of oefenbal, zoals het vroeger heette).
Dit is hoe het de bedoeling was. Leren dansen, de contacten aanhalen met oude klasgenoten, voor het eerst ruiken aan drankgebruik, uitgaan, verkering, weet ik veel. In de praktijk kwamen we eerst met een paar jongens bij elkaar in de keet, die we toen al hadden. Een biertje drinken op voorhand. We konden vaak net op tijd aanhaken bij de rest voor de rit naar de dansschool.
Daar aangekomen was het wachten tot het voorbij was. Sommigen waren gehaaid: tijdens het wisselen van de wacht stonden ze op, liepen naar de overkant van de zaal, en gingen weer zitten. De rest liep naar zijn vaste partner of vroeg weifelend een gelegenheidspartner. We konden nooit wachten tot het half 10 was.
Dan fietsten we naar het centrum, en kochten daar bij een cafetaria bier, dat we in een kartonnen doos moesten meenemen omdat de baas geen problemen wilde. Dat werd onderweg gedronken. Je zou ook eens zonder moeten. We gingen dan pas naar degene waar we die avond moesten zijn. Daar bleek roken een virus, bijna iedereen probeerde het. Ik ook, 3 trekjes of zo. Sindsdien heb ik honderden euro's bespaard met het niet-roken, hoewel ik niet weet waar dat geld gebleven is.
Soms gingen we naar de disco op zaterdag, maar dansen? De polonaise soms, of op "smells like teen spirit" springen en duwen, als dat dansen is. Verder zaten we aan de bar, of in een hoek, totdat we weg konden, naar de keet.
Ik heb nog wel afgedanst, met een meisje waarvan ik de naam nooit geweten heb. Hoe ik aan twee zevens en een acht gekomen ben is me een groot raadsel. Ik heb één keer weer geprobeerd te dansen (quickstep, geloof ik), en het was niet wat. Zelfs de Pit-Pat-Party dans lukte laatst niet echt meer, maar dat kan ook gelegen hebben aan mijn fysieke en geestelijke toestand op dat moment.
Met dansen had het dus niet erg veel te maken, maar het was een goed startschot. Na deze tijd bloeide de keet op, kwam er zelfs één bij. We gingen uit naar de 'grote' discotheken en naar de zomerfeesten. Waar we nooit dansten, en nog steeds nooit dansen.
"And she tells me she's a liar but I don't believe her
She'll tell me almost anything"
Op vrijdag avond om half 8 verzamelen, dan fietsen naar de dansschool. We waren met de groep waarmee we 2 jaar eerder de basisschool hadden verlaten. Op de dansschool aangekomen ging je dansen, of leren dansen. (Quickstep, Engelse Wals, Tango, en nog een paar, sorry, ik ben het vergeten.) Steeds de helft zat op de banken, de andere helft moest eraan geloven. Daarna werd er gewisseld.
Na anderhalf uur was het voorbij. Om de beurt ontving iemand van de groep de rest thuis. Voor bier, wijn, of één of ander mixje (Passoa, apfelkorn of andere zoetigheid gemengd met een willekeurige frisdrank). Napraten en dergelijke terwijl ouders nooit ver weg waren. Op zaterdagavond was er disco in de danschool (of oefenbal, zoals het vroeger heette).
Dit is hoe het de bedoeling was. Leren dansen, de contacten aanhalen met oude klasgenoten, voor het eerst ruiken aan drankgebruik, uitgaan, verkering, weet ik veel. In de praktijk kwamen we eerst met een paar jongens bij elkaar in de keet, die we toen al hadden. Een biertje drinken op voorhand. We konden vaak net op tijd aanhaken bij de rest voor de rit naar de dansschool.
Daar aangekomen was het wachten tot het voorbij was. Sommigen waren gehaaid: tijdens het wisselen van de wacht stonden ze op, liepen naar de overkant van de zaal, en gingen weer zitten. De rest liep naar zijn vaste partner of vroeg weifelend een gelegenheidspartner. We konden nooit wachten tot het half 10 was.
Dan fietsten we naar het centrum, en kochten daar bij een cafetaria bier, dat we in een kartonnen doos moesten meenemen omdat de baas geen problemen wilde. Dat werd onderweg gedronken. Je zou ook eens zonder moeten. We gingen dan pas naar degene waar we die avond moesten zijn. Daar bleek roken een virus, bijna iedereen probeerde het. Ik ook, 3 trekjes of zo. Sindsdien heb ik honderden euro's bespaard met het niet-roken, hoewel ik niet weet waar dat geld gebleven is.
Soms gingen we naar de disco op zaterdag, maar dansen? De polonaise soms, of op "smells like teen spirit" springen en duwen, als dat dansen is. Verder zaten we aan de bar, of in een hoek, totdat we weg konden, naar de keet.
Ik heb nog wel afgedanst, met een meisje waarvan ik de naam nooit geweten heb. Hoe ik aan twee zevens en een acht gekomen ben is me een groot raadsel. Ik heb één keer weer geprobeerd te dansen (quickstep, geloof ik), en het was niet wat. Zelfs de Pit-Pat-Party dans lukte laatst niet echt meer, maar dat kan ook gelegen hebben aan mijn fysieke en geestelijke toestand op dat moment.
Met dansen had het dus niet erg veel te maken, maar het was een goed startschot. Na deze tijd bloeide de keet op, kwam er zelfs één bij. We gingen uit naar de 'grote' discotheken en naar de zomerfeesten. Waar we nooit dansten, en nog steeds nooit dansen.
"And she tells me she's a liar but I don't believe her
She'll tell me almost anything"
maandag 13 juli 2009
Muziek: Fixkes - kvraagetaan
Rond mijn achtste levensjaar had ik afgeleid raken tot een kunst verheven. Tijdens het dictee op school haalde ik steevast het einde van de zin niet. Rekenen kwam niet af. Leesboeken (van die kartonnen dingen uit de Bibliobus, met meer platen dan tekst, met een A en een kleurtje op de rug) werden na één bladzijde aan de kant gelegd. En als we een uur de tijd hadden gehad om een opstel te maken, was de kans groot dat aan het eind van dat uur mijn blaadje nagenoeg leeg was.
Dit alles was niet zonder gevolgen, hoewel ik dat zelf pas doorhad toen me in groep 4 werd uitgelegd dat ik na de kerst in groep 3 zou zitten. Niet meer bij m'n vaste kameraad. Eerst mocht ik nog aan het tafeltje zitten bij de 3 meisjes die een "leervoorsprong" hadden en extra opdrachten mochten doen. Later kwam ik gewoon bij de rest te zitten.
Groep 5 lag in de ijzeren greep van juf Milda, die haar leerlingen liefkozend "maatjes" noemde. Maar als ik weer met mijn gedachten naar de wolken ging, gooide ze een gummetje naar m'n hoofd, of liet op andere wijze blijken dat mijn taalopdracht mijn gedachten nodig had. Ik moest werken, en dat hielp. In groep 8 was ik, volgens de citotoets, "het slimste jongetje van de klas". Alhoewel er nog steeds iemand is die zegt dat ik bij hem heb afgekeken.
Laatst was op het nieuws dat de interesse voor basisscholen voor hoogbegaafde kinderen toeneemt. Dat wil zeggen, steeds meer ouders die denken dat hun kind hoogbegaafd is vinden dat op gewone scholen de "dommen" hun kind belemmeren. Straks krijg je op je achtste een cito-toets: mag je naar de slimme school of naar de domme school?
Ik had die toets waarschijnlijk maar half ingevuld. Geen slimme school voor mij. Maar daar hebben ze vast niet gehoord van een oldschool motivatiemethode: gummetjes.
"Makkik binnen makkik binnen om een lieke te beginnen
Over de dinges die kik mij ammaal herinner
Uit de goeien ouwen tijd
Van rekenen en vlijt
Een leven zonder zorgen ambitie of spijt"
Dit alles was niet zonder gevolgen, hoewel ik dat zelf pas doorhad toen me in groep 4 werd uitgelegd dat ik na de kerst in groep 3 zou zitten. Niet meer bij m'n vaste kameraad. Eerst mocht ik nog aan het tafeltje zitten bij de 3 meisjes die een "leervoorsprong" hadden en extra opdrachten mochten doen. Later kwam ik gewoon bij de rest te zitten.
Groep 5 lag in de ijzeren greep van juf Milda, die haar leerlingen liefkozend "maatjes" noemde. Maar als ik weer met mijn gedachten naar de wolken ging, gooide ze een gummetje naar m'n hoofd, of liet op andere wijze blijken dat mijn taalopdracht mijn gedachten nodig had. Ik moest werken, en dat hielp. In groep 8 was ik, volgens de citotoets, "het slimste jongetje van de klas". Alhoewel er nog steeds iemand is die zegt dat ik bij hem heb afgekeken.
Laatst was op het nieuws dat de interesse voor basisscholen voor hoogbegaafde kinderen toeneemt. Dat wil zeggen, steeds meer ouders die denken dat hun kind hoogbegaafd is vinden dat op gewone scholen de "dommen" hun kind belemmeren. Straks krijg je op je achtste een cito-toets: mag je naar de slimme school of naar de domme school?
Ik had die toets waarschijnlijk maar half ingevuld. Geen slimme school voor mij. Maar daar hebben ze vast niet gehoord van een oldschool motivatiemethode: gummetjes.
"Makkik binnen makkik binnen om een lieke te beginnen
Over de dinges die kik mij ammaal herinner
Uit de goeien ouwen tijd
Van rekenen en vlijt
Een leven zonder zorgen ambitie of spijt"
donderdag 9 juli 2009
Muziek: Plastic Bertrand - Ça Plane Pour Moi
Het is de halve finale van de Hennie Dwarsbokaal. Totaal doen er aan dit dorps-biljart-toernooi ruim dertig spelers mee, waarvan de meerderheid de 55 reeds gepasseerd is. Ik sta te biljarten, en het gaat lekker. Langs de kant zitten enkele leden van het bejaardenteam mijn verrichtingen te aan schouwen.
"Zo, ze hebt op de Hoeve ok nog goeie jeugd veur 't biljarten."
"Ach, as die bie de bejoarden spölt, bunne wie d'r toch nig meer."
Noem het zoals je wilt, maar het klopt.
"I am the king of the divan"
PS. Excuus, de muziek heeft geen enkele betrekking tot het verhaal, of andersom. Maar het nummer bevat alleen onzinnige tekst, waarvan veel in her Frans bovendien. De quote is de enige Engelse tekst, vandaar
"Zo, ze hebt op de Hoeve ok nog goeie jeugd veur 't biljarten."
"Ach, as die bie de bejoarden spölt, bunne wie d'r toch nig meer."
Noem het zoals je wilt, maar het klopt.
"I am the king of the divan"
PS. Excuus, de muziek heeft geen enkele betrekking tot het verhaal, of andersom. Maar het nummer bevat alleen onzinnige tekst, waarvan veel in her Frans bovendien. De quote is de enige Engelse tekst, vandaar
woensdag 8 juli 2009
Muziek: Beta Band - Dry The Rain
In het boek High Fidelity vatten hoofdpersoon Rob en zijn collega's alles samen in "top fives". Vooral muziek, aangezien ze in een platenwinkel werken, maar Rob maakt ook een lijstje van zijn vijf meest pijnlijke break-ups, en dat is zo'n beetje de rode draad in het boek, maar daar gaat het niet om. Het is een grappig boek, dat ook verfilmd is, hoewel er daarvoor nogal wat veranderd is. Zo draait Rob Beta Band in zijn winkel, dat doet hij in het boek niet. Maar dat gaat het ook niet om.
Ik weet ook niet waar het om gaat. Ik heb meer muziekjes dan verhalen. Dus zijn de verhalen soms wat mager, of erg mager. Om toch een beetje in het thema van het boek te blijven, een topvijfje, van muziekjes over regen of een ander verband met regen. (Er is trouwens nog wel een mooie regenscène, in het boek én de film, en vandaag heeft het ook heftig geregend, dus om met Hans Teeuwen te spreken: "Voilà, het verband")
1. Creedence Clearwater Revival - Have You Ever Seen The Rain
2. Status Quo - Rain
3. Rolling Stones - She's a Rainbow
4. R.E.M. - So. Central Rain
5. Beta Band - Dry The Rain
"This is a definition of my life"
Ik weet ook niet waar het om gaat. Ik heb meer muziekjes dan verhalen. Dus zijn de verhalen soms wat mager, of erg mager. Om toch een beetje in het thema van het boek te blijven, een topvijfje, van muziekjes over regen of een ander verband met regen. (Er is trouwens nog wel een mooie regenscène, in het boek én de film, en vandaag heeft het ook heftig geregend, dus om met Hans Teeuwen te spreken: "Voilà, het verband")
1. Creedence Clearwater Revival - Have You Ever Seen The Rain
2. Status Quo - Rain
3. Rolling Stones - She's a Rainbow
4. R.E.M. - So. Central Rain
5. Beta Band - Dry The Rain
"This is a definition of my life"
zaterdag 4 juli 2009
Muziek: The Rifles - The Great Escape
Kames, Kaas, Kachel, Ratje B., Jack, Peppel, Broak, Taand, Diepgait, Boksepiepe, Kanne, Kareltje. Zomaar een greep uit bijnamen uit de lokale omgeving. Een paar van deze namen worden zo consequent gebruikt, dat buitenstaanders er soms pas tijden later achter komen wat de echte naam van de persoon in kwestie is.
De aard van de namen is van verschillende oorsprong. Er zijn familienamen van vroeger uit, iedere boerderij heeft er één, en deze naam draagt een afstammeling vaak mee, ook als hij verhuisd. Er zijn namen die verwijzen naar een gebeurtenis, waarbij de naam blijft bestaat en de herinnering aan het feit vervaagt. Er zijn de bijnamen die verwijzen naar uiterlijke of karakteristieke eigenschappen. En er zijn namen die puur het gevolg zijn van een onnavolgbare woordgrap. Het komt er veelal op neer dat deze namen niet uit te leggen zijn aan buitenstaanders, en dat is de charme van bijnamen, denk ik. Het zijn inside jokes.
Maar in 2002 was de nood hoog. Zoals bij veel vriendengroepen worden er shirtjes gedrukt om het groepsverband ook naar buiten toe uit de dragen. Een Grolsch logo natuurlijk, en een naam achterop. Niet je eigen naam natuurlijk, dat staat stom, vooral als je kameraden allemaal stoer klinkende namen hebben. Overal komen ineens de bijnamen vandaan, en ze zijn overal op gebaseerd: Vark'nsboer (beroep van vader), Brinkhaus (boerennaam verduitst) en nog enkele uit nood geboren namen. Ze zijn allang uit gebruik geraakt. Een naam moet je krijgen.
"join a local gang and get a cool nickname"
De aard van de namen is van verschillende oorsprong. Er zijn familienamen van vroeger uit, iedere boerderij heeft er één, en deze naam draagt een afstammeling vaak mee, ook als hij verhuisd. Er zijn namen die verwijzen naar een gebeurtenis, waarbij de naam blijft bestaat en de herinnering aan het feit vervaagt. Er zijn de bijnamen die verwijzen naar uiterlijke of karakteristieke eigenschappen. En er zijn namen die puur het gevolg zijn van een onnavolgbare woordgrap. Het komt er veelal op neer dat deze namen niet uit te leggen zijn aan buitenstaanders, en dat is de charme van bijnamen, denk ik. Het zijn inside jokes.
Maar in 2002 was de nood hoog. Zoals bij veel vriendengroepen worden er shirtjes gedrukt om het groepsverband ook naar buiten toe uit de dragen. Een Grolsch logo natuurlijk, en een naam achterop. Niet je eigen naam natuurlijk, dat staat stom, vooral als je kameraden allemaal stoer klinkende namen hebben. Overal komen ineens de bijnamen vandaan, en ze zijn overal op gebaseerd: Vark'nsboer (beroep van vader), Brinkhaus (boerennaam verduitst) en nog enkele uit nood geboren namen. Ze zijn allang uit gebruik geraakt. Een naam moet je krijgen.
"join a local gang and get a cool nickname"
Abonneren op:
Posts (Atom)